Slakmolen

DSC04763


Bouwjaar :
± 1550 
Type :
Watergedreven molen met bovenslagrad
Functie :
Korenmolen
Rad :
5,15 m
Bedrijfsvaardigheid :
maalvaardig
Ligging :
aan de Slakbeek
Eigenaar :
Stichting Limburgs Landschap
Adres
: Maasberg 1, Elsloo (gemeente Stein)

 

Beknopte geschiedenis
De Slakmolen is de enige nog bestaande molen van de drie watermolens die bekend zijn uit de geschiedenis van Elsloo. Hij wordt gevoed door de Slakbeek.
Voor de bouw van deze watermolen is al in 1553 opdracht gegeven.
De (ban)molen heeft diverse eigenaren gehad. Zij hadden allemaal een relatie met de brouwerij of het kasteel.
Tijdens haar bestaan werd de Slakmolen een aantal malen verbouwd en gerestaureerd.
Het huidige kasteel waarin de molen is ondergebracht is opnieuw gebouwd rond 1835. Ook na deze tijd is een deel van het kasteel en bijgebouwen afgebrand. Alleen de gekanteelde toren met aanbouw is nog van het toenmalige kasteel.

In de jaren 20 van de vorige eeuw zijn veel watermolens stilgelegd vanwege de opkomst van elektrisch aangedreven molens. Ook de Slakmolen, die tot 1924 dienst gedaan heeft, is toen uit bedrijf genomen. Zowel de bijgebouwen als de molen zijn toen in verval geraakt. In 1984 is men begonnen met de restauratie van de bijgebouwen, thans hotel “Kasteel Elsloo” en in 1988 is de molen voor de laatste keer gerestaureerd in zijn huidige vorm.

Beschrijving van de molen
Waterrad Slakmolen
Het waterrad wordt aangedreven door het water van de Slakbeek die haar water krijgt van een drietal bronnen die ontspringen op de ondoordringbare kleilagen van het Elslooërbos. Daar het debiet echter te klein is om effectief te kunnen malen is er een spaarvijver aangelegd. Van de Slakbeek, die een lengte heeft van ruim 2 km, is het beekdal vrij kort (< 100 m). De rest van de beek is een droogdal dat in natte perioden het water afvoert van het hoger gelegen plateau van Schimmert.

Tijdens het malen wordt het water uit de spaarvijver met behulp van een maalsluis en kanjel naar het waterrad geleid. Als de molen niet in bedrijf is loopt het water over de bovenkant van de lossluis in het molengat. De bovenkant van de lossluis is ook het stuwpeil.

Het houten bovenslagrad is in 1925 gesloopt en tijdens de laatste restauratie vervangen door een ijzeren bovenslagrad. Vanuit het molengat stroomt het water onder het gebouw door en wordt door een duiker onder het Julianakanaal in de Maas geloosd.

Het huidige waterrad heeft een diameter van 5,15 m en is 0,60 m breed. Het gaande werk is in een T-vormige maalstoel geplaatst. In het begin van de vorige eeuw had het waterrad een breedte van ruim 1,60m en dreef drie koppels stenen aan. Na de restauratie in 1988 is het gaande werk uitgerust met gietijzeren spoorwiel, kroonwiel en rondsels. De tanden (kammen) in het spoorwiel zijn gemaakt van haagbeuk.

Maalzolder SlakmolenOok de maalstenen in de twee achterste maalkuipen zijn in 1988 vervangen. Het linker koppel bestaat uit een platte Duitse steen (ligger) en een kunststenen loper. Het rechter koppel bestaat uit twee Duitse “blauwe stenen”. In de maalkuip van het vooruitspringende koppel (niet meer maalvaardig) liggen twee oude Franse stenen. De diameter van de maalstenen is 1,50 m (17der).

De stalen koningsspil met daarop het spoorwiel dat de rondsels op de steenspillen aandrijft is tot de vroegere verdieping verlengd. Onder de zolderbalken op de steenzolder bevindt zich een haakse tandwieloverbrenging op een korte as met poelies, waarvan één poelie dienst doet voor de aandrijving van het luiwerk, uitgevoerd met een (sleep)riem en spanrol-overbrenging.

De overbrengingsverhouding van het gangwerk is 1:12.

Molen en bijgebouwen die in 1982 in eigendom kwamen van de gemeente Stein zijn in 2014 overgedragen aan de Stichting Limburgs Landschap.